De revival van de zitkuilwoning

Wie door een doorsnee jaren ’60 of ’70 buitenwijk rijdt, ziet echtparen oud worden in grote woningen. Deze woningen zijn op dit moment nauwelijks populair. Het zijn grote, verouderde energieslurpers. Maar er lonkt een gouden toekomst!

In de jaren ’60 en ’70 groeide de bevolking en de welvaart in Nederland snel. In tal van Nederlandse steden en dorpen verrezen vrolijke woonwijken met meer ruimte en kwaliteit dan de revolutiebouw van meteen na de oorlog. Gas en elektra kostten weinig en huishoudens met een beter inkomen konden zich een ruime tweekapper of een vrijstaande woning veroorloven, soms met een mooie rijkspremie. Overal in Nederland zijn deze ‘gouden randjes’ langs buurten vindbaar.
Intussen kunnen deze zitkuilwoningen op weinig populariteit meer rekenen. Ze zijn te duur voor starters, te groot voor kleine huishoudens, ze missen het nieuwe van een nieuwbouwwoning of het karakteristieke van een vooroorlogse woning… Maar bovenal: die energierekening!

De bewoners, oudere babyboomers, blijken relatief weinig geneigd om te investeren in energiebesparende maatregelen. Het gasverbruik per kubieke meter woninginhoud ligt bij deze woningen ruim 2 keer hoger dan bij woningen van na 2005, zoals blijkt uit onze Energiescans.

Maar het wordt nog erger. Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde in 2014 een studie met als ondertitel ‘De toekomst is nu’. Het waarschuwt voor een vloedgolf aan nieuwe en bestaande gezinswoningen dat binnen nu en 20 jaar op de woningmarkt komt. Want de babyboomgeneratie blijft voorlopig rustig zitten, maar gaat vroeg of laat hun ruime jaren ’70 woning uit. De meesten stellen een verhuizing naar kleiner wonen zo lang mogelijk uit, en vertrekken uiteindelijk tussen zes planken. Ze zullen ook wel moeten: wie wil immers zo’n lel van een woning kopen?

Elders op de woningmarkt vinden compacte, energiezuinige gezinswoningen in monofunctionele wijken op afstand van het centrum gretig aftrek. Deze woningen zijn relatief goedkoop in aanschaf, de energierekening is laag en het onderhoud komt pas met de jaren. Dat compacte vertaalt zich door in alles: de woning, de tuin en de omgeving. Hebben wij Nederlanders een onweerstaanbare drang om zo dicht mogelijk bij elkaar te wonen? Natuurlijk niet, maar het is een betaalbaar compromis. De vraag rijst: hoe nieuw, onderhoudsvrij, zuinig en gewild zijn deze woningen over 15 jaar, vergeleken met het overige aanbod?

De technologische vooruitgang is enorm. Hoewel de bouwsector misschien achteraan hobbelt, is het aannemelijk dat we binnen nu en 15 jaar veel efficiëntere en goedkopere manieren hebben om bestaande woningen energiezuinig of liever: energie producerend te maken. Een grote woning op een ruime kavel is dan geen geldverslinder, maar misschien wel een melkkoe! Tegelijk komen grote aantallen van zulke woningen op de markt, vaak op prachtige, volgroeide locaties, relatief dicht bij voorzieningen. Dat wordt genieten van de ruimte in die mooie vintage zitkuilen! De vraag is dan: hoe komen we af van die rommel uit de jaren nul?

Daniël Depenbrock is adviseur woonbeleid strategisch voorraadbeleid en geeft met zijn analyses échte antwoorden over hoe Nederland wil wonen. Met slimme tools en vernuftige spreadsheets voorziet hij beleidsmakers van een kijkje in de toekomst.

Dit artikel is geplaatst in Blog en getagged met , , . Bookmark de permalink.