Breathing Space Venlo

Venlo Breathing Space duurzaam kantoorgebouw Floriade 2012 – Greenpark Venlo 24.000 m2 BVO

Voor de wereldtuinbouwtentoonstelling in Venlo zijn de Floriade-principles een leidraad in de ontwikkeling van het terrein. Om de visie naar een concreet ontwerp te brengen is aan de noordkant van het terrein een duurzaam expogebouw ontworpen. Het gebouw vormt de beëindiging van het terrein en wordt vooruitlopend op het toekomstige bussinesspark Venlo Greenpark ontwikkeld. De Floriade-principles zijn gebaseerd op ‘The Hannover Principles’ en Cradle-to-Cradle.

Gekko
Het concept van het gebouw laat zich het beste vergelijken met een gekko; een lenig dier dat zich makkelijk aanpast aan haar directe omgeving. Door de transparante huid is soms zelfs een glimp te zien van zijn geraamte als de ultieme basis. Maar bovenal is de huid zo dun dat de gekko er zelfs door kan ademen.

Het ontwerp Breating Space is een lenig gebouw dat zich aanpast aan haar gebruiker. Een gebouw op basis van een skeletstructuur en leidingenvloeren, met de bescherming van een transparante huid. Een gebouw dat in en uit kan ademen, kan opzwellen en krimpen. Kenmerkende elementen in het ontwerp zijn de zogenoemde groene longen en de microzones.

Groene longen
Het gebouw ligt als een lang gebogen lint aan de rand van het terrein. De schaal van het lange lint wordt teruggebracht naar gebouwdelen door natuurlijk groene openingen. De openingen vormen de entrees van de gebouwdelen, waar naast bezoekers ook de groene omgeving het gebouw binnenstromen.

Door het contact met de omgeving hebben de openingen een letterlijk ademende werking en vormen ze de longen van het gebouw. Binnen het gebouw zijn de longen groene open ontvangstruimten die de verbinding maken tussen de verdiepingen, zowel horizontaal als verticaal.

Microzones
De microzone is een extra zone tussen de binnen- en de buitenruimte aan beide zijdes van het gebouw. Binnen het kantoorconcept geeft de microzone ruimte om kwaliteit aan te ontlenen. De gebruiksfunctie voor de zone kan variëren en seizoensafhankelijk zijn. De ruimte kan in de zomer worden gebruikt als uitloopruimte van het kantoor en het is een aantrekkelijke plek voor overleg, lunch, ontmoeting of zelfs werk.

De zone kan tevens worden ingezet voor expansie van het bedrijf. Door met de binnengevel te schuiven, kan de ruimte variëren en bij het interieur worden getrokken. Hiermee wordt de zone naast de groene longen een plek die ademruimte geeft in het gebruik: de tweede long van het gebouw.

Flexgebouwen
De gebouwdelen tussen de groene longen zijn ontworpen als vrij indeelbare vloeren. De doorsnede laat de zonering zien vanuit de kern van het gebouw naar buiten. De kern is de plek voor facilitaire functies, verkeersruimte, kort overleg, maar ook concentratiewerkplekken. Rondom de kern ligt de flexibel indeelbare werkvloer met een uitloop in de microzones.

Flexgebouwen hebben een lange levensduur als ze zich op een duurzame manier kunnen hechten aan de omgeving en aan de mensen. In het ontwerp is er technisch wel sprake van een scheiding tussen drager en inbouw, maar voor het architectonisch ontwerp niet. Toekomstgerichte gebouwen combineren aanpasbaarheid met architectonische expressie. Het expressieve kantoorinterieur ontmoet de buitenschil en de omgeving in de microzone.

Energetisch ontwerp
In basis is het energieconcept eenvoudig en lowtech. De zon wordt geoogst met een energiedak en de betonkeractivering door de warmte op te slaan in de bodem. In de afwerkvloeren wordt lage temperatuurvloerverwarming opgenomen en de leidingen in de Slimline-vloer koelen het plafond (BKA). Phase Change Materiaal (PCM) slaat de warmte op voor een dagcyclus.

Voor de verse lucht wordt buitenlucht aangezogen via een grondbuis, die de lucht in de zomer koelt en in de winter voorverwarmt. De verse lucht wordt ingebracht in de microzone en kun je per werkplek individueel (na)regelen.

Via de natuurlijke verplaatsing van lucht wordt de lucht gelijkmatig verdeeld over het verblijfsgebied en wordt de gebruikte lucht mechanisch en natuurlijk (door de openingen in het sheddak) afgevoerd. Het groen in de microzone en de entreezones zuiveren en bevochtigen de lucht en koelen de zone natuurlijk door verdamping.

Oververhitting van het gebouw wordt voorkomen door de zomerzon met buitenzonwering buiten te houden en door de warmte met betonkernactivering te oogsten. Het energiesysteem wordt gesplitst in een noord- en zuidkant die door een regelsysteem in balans worden gehouden. In de zomer zorgt de noordkant van het gebouw dat de zuidkant minder snel opwarmt, in de winter draait die situatie om. Daarbij wordt de interne warmtelast beperkt met aanwezigheidsensoren en verlichting met een beperkte warmtelast.

Het regenwater wordt opgevangen, gefilterd in de naastgelegen vijver en gebruikt voor toiletspoeling en beregening van het groen. Om het gebouw zelfvoorzienend te maken in de energievraag worden op het dak PV-panelen geplaatst.

Projectteam: Jackel Henstra, Michiel van der Wielen, Joost van ‘t Klooster